yellow logo yellow logo red faces


Leithen A - Voorschoten B

Na de wat moeizame zege tegen LSG C ging het Leithen A tegen Voorschoten B een stuk makkelijker af.
Marcel was als eerste klaar na een partij waarin al zijn stukken goed samenwerkten, terwijl bij die van zijn tegenstander elke vorm van coördinatie ontbrak.
Een onstuitbare aanval op de koning was het gevolg (1-0).
Aan bord 1 leek het evenwicht lang niet verbroken te worden, maar toen Thomas een pion voorkwam en met zware stukken achter de vijandelijke linies kwam bleek het een kwestie van tijd voordat ook hier de winst binnen was (2-0).
De score werd verdubbeld door Richard en Jerry. Die laatste liet na een paar ‘schaakmagere’ jaren zien dat hij het spelletje nog steeds beheerst. Hoe hij dat deed?
Gewoon de stukken op goede velden neerzetten, dreigingen creëren (damewinst bijvoorbeeld) en profiteren van het feit dat je tegenstander veel van zijn materiaal niet kan laten samenwerken.
Een mooie aanval op de koningstelling bekroonde het geheel (0-3).
Richard had het aanvankelijk nog best lastig tegen zijn tegenstander, die al vroeg op de avond aangaf dat hij wel zou gaan verliezen (‘Ik speel nooit tegen mensen van dat kaliber, maar ik ga er het beste van maken’).
Uiteindelijk was dat ook wat er gebeurde: naarmate de avond vorderde werd het verschil in ELO-punten op het bord zichtbaar: de ene pion na de andere werd buitgemaakt en toen de zware stukken de vijandelijke stelling binnenkwamen was het over en uit (0-4).
De zege werd veiliggesteld door Ornett. Ook hij had het aanvankelijk niet makkelijk, maar nadat zijn tegenstander zijn belangrijkste pion had weggegeven en ook nog eens een paar mindere zetten deed, kon Ornett het eindspel vrij simpel naar winst voeren (0-5).
Deze tussenstand was voor Wil aanleiding om via eeuwig schaak een remise af te dwingen. Wat uiteindelijk misschien wel de terechte uitslag was voor een partij waarin de kansen wisselden. Wil kreeg in ruil voor wat materiaal een geweldige koningsaanval maar toen die niet doorsloeg leek verlies onafwendbaar. Zijn tegenstander dacht het af te kunnen maken met een stukoffer op h7, maar Wil had nog een klein schwindeltje: Dh6 met matdreiging op h1. Of hij vervolgens ergens de winst heeft laten liggen werd niet duidelijk, maar met aan beide kanten nog een paar minuten op de klok was de keuze voor het halve punt wel begrijpelijk (5½-½).
Frans moest als enige een nul incasseren. In de opening kreeg hij al een pion in de schoot geworpen en lange tijd bleef dat voordeeltje in stand. Frans verdedigde zijn voorsprong hardnekkig (‘Eigenlijk ben ik daar helemaal niet goed in’, vond hij zelf) en overzag uiteindelijk een prachtig stukoffer van zijn tegenstander. Het was vrijwel direct uit: Frans moest zelf materiaalverlies incasseren, hield het nog een tijd vol maar moest tenslotte toch in verlies berusten (5½-1½).
In de laatste partij kon Gerard aanvankelijk moeilijk vat krijgen op het wat passieve en gedegen spel van zijn tegenstander, Maar ook hier werd weer duidelijk dat een krachtsverschil van ruim 300 ELO-punten voldoende zijn om de doorslag te geven. De afwikkeling naar een eindspel met een gedekte vrijpion leverde laat op de avond (en Gerard was al zo moe…) het volle punt op (6½-1½).

Jos